over linkshandigheid
  • -Wat weet u over linkshandigheid? Doe de test op Hoe?Zo!
    -Meer weten over linkshandigheid? Kijk eens op Wikipedia
    -Doe de linkshandigheids-test op het Linkshandig universum
    -Downlaod de speciale schrijfoefeningen in PDF

  • Bron: http://aladin.bibliotheek.nl/
    Hoe komt het dat de meeste mensen rechtshandig zijn en waarom de minderheid linkshandig?
    Men boog zich al lang geleden over de vraag waardoor de suprematie van de rechterhand (ongeveer 90% van de menselijke populatie heeft een duidelijke voorkeur voor het gebruik van de rechterhand) veroorzaakt werd. In de loop der tijd is er een verscheidenheid aan verklaringen gegeven. Deze verklaringen zijn grofweg in drie categorieën te verdelen.
    Sociaal-psychologische of evolutionistische theorieën J. Jackson (1905) stelt dat de voorkeur voor de linker- of de rechterhand enkel en alleen het gevolg is van gewoontevorming. Dus trainbaar. De in de vorige eeuw levende Italiaanse psychiater C. Lombroso beschouwde linkshandigheid als een teken van degeneratie en verwees naar het hogere percentage linkshandigen onder misdadigers en geestelijk gestoorden. Wat de evolutionistische theorieën betreft was lange tijd de “zwaard en schild”-verklaring populair. Kernpunt was de argumentatie dat een krijgsman die zijn schild met de linkerhand vasthoudt en daarmee dus zijn hart beschermt, een veel betere overlevingskans heeft dan de krijger die het omgekeerde doet. Door “natuurlijke selectie” zou de laatste categorie in de loop der evolutie drastisch in aantal gereduceerd zijn. Door een soortgelijk proces werd de rechterhand steeds bekwamer in het verrichten van allerlei manipulatieve handelingen. In Nederland is Mesker van mening dat de voorkeur voor de rechterhand stamt uit een van eeuwen en eeuwen her daterende magische beleving van rein en onrein, waarbij dit laatste met name gekoppeld werd aan de linkerhand.
    De meer anatomisch georiënteerde theorieën trachten links- dan wel rechtshandigheid te verklaren uit bepaalde anatomische symetrieën van het menselijk lichaam. In de negentiende eeuw vond lange tijd de theorie weerklank die rechts- respectievelijk linkshandigheid toeschreef aan een betere doorbloeding van één van de beide hersenhelften. Van recenter datum zijn de onderzoeken naar anatomische asymetrieën tussen beide hersenhelften, waarbij onder meer naar een verband gezocht wordt tussen verschillen in structuur enerzijds en handvoorkeur en taalfuncties anderzijds.
    De genetisch georiënteerde theorieën. Een derde verklaringsmodel levert theorieën die de genetische basis van links- dan wel rechtshandigheid veronderstellen. Deze vinden in wetenschappelijke kring de meeste aanhang, hoewel het nog verre van duidelijk is hoe de genetische krachten werkzaam zijn.
    Het raadsel van handvoorkeur bestaat al sinds mensenheugenis, en zal ook nog wel een hele tijd bestaan. Er moet nog veel onderzoek verricht worden voordat men echt weet waardoor rechtshandigheid, linkshandigheid en de scheve verhoudingen daartussen oorspronkelijk ontstonden, en wat ervoor zorgt dat elke nieuwe boreling een handvoorkeur ontwikkelt. De sleutel ligt onder de schedel, in de hersenen, maar de werking daarvan is nog grotendeels een raadsel. Een stukje van de chemie is bekend en het wordt beetje bij beetje duidelijk hoe de hersenen fysisch in elkaar zitten. Maar de stap van bouwstenen naar functies moet nog gemaakt worden. En daarmee blijft de oplossing van het raadsel voorlopig ver buiten bereik.
    Bronnen: A. Wassenaar De mythe van het linkshandige kind. Nijmegen, Dekker & Van de Vegt, 1983. Plaatsings-nummer 464. R. Smits De linkshandige picador. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1993. Plaatsingsnummer 909.